Gisteren zijn fritsmeister en ik gaan dineren bij Evelien in het landelijke Stevoort. Bij nieuwjaar zijn we naar het huis van haar zus geweest aan de kust en hebben daar uitvoerig gekookt. Chefs van dienst waren toen witte en fritsmeister. Zij hadden toen voor ons een hoogstaand meergangenmenu in elkaar gedraaid. Daar worden nu nog wilde verhalen over verteld, waartegen de mythe van de hoorn des overvloeds maar bleekjes afsteekt. Om kort te zijn: het was goe!
Evelien had na afloop beloofd om voor witte en fritsmeister op haar beurt eens te koken. Zeker toen ze ook van ons nog een krokettenmachine cadeau kreeg, kon ze er niet meer onderuit. En gisteren was het dus zover, allen kon witte er niet bijzijn wegens retraite in een klooster diep in de Ardense bossen. Maar ook hier kunnen we kort zijn: het was goe! Zeer goed zelfs. Hieronder een overzichtje van wat we op ons bord kregen en hoe het gemaakt kan worden. Merci Evelien voor de uitvoerige beschrijvingen!
1. ham-/zalmterrine
ben. voor ongeveer 2 maar 10 porties: 4oo g gekookte hesp, 200 g gedroogde hesp, 4 gelatineblaadjes, 20 dl kippebouillon, 30 cl room, cayennepeper, 2 lepels tomatenpuree (mag, moet niet)
ber. mix de gekookte en gedroogde hesp met de mixer/blender. Laat de gelatineblaadjes ongeveer 3 minuten in koud water weken. Warm de kippebouillon op en voeg de gelatineblaadjes toe. Meng dit alles met de hesp. Voeg hier dan 30 cl geklopte room aan toe. Dit geheel op smaak brengen met cayennepeper en eventueel de tomatenpuree toevoegen. Dan alles minstens 24 uur laten opstijven in de frigo. Opdienen met toast en een blaadje sla. (recept gebaseerd op www.lespailhes.com) We hebben de hesp vervangen door gekookte en gerookte zalm. De kippebouillon moet dan ook vervangen worden door visbouillon natuurlijk. Een aanrader!
2. forelmousse met een coulis van waterkers (4 pers)
ben: 3 dl visbouillon, 3 gelatineblaadjes, 1 eetlepel boter, 1 eetlepel bloem, cayennepeper, sap van 1/2 citroen, een scheutje droge vermout, 4 gerookte forelfilets, 2 dl room, 1 bos of 2 kleine bosjes waterkers, eventueel zalmeitjes voor garnering
ber: breng de visbouillon aan de kook. Maak een roux met boter en bloem en bind de bouillon. Laat de gelatineblaadjes weken in koud water, knijp goed uit en voeg ze toe aan de bouillon. Breng op smaak met de cayennepeper, het citroensap en de vermout. Laat afkoelen op kamertemperatuur. Mix de forelfilets samen met de afgekoelde bouillon. Klop de helft van de room op en spatel hem door het mengsel. Giet in kleine vormpjes en laat minstens drie uur opstijven in de koelkast.
Spoel de waterkers en hou enkele plukjes apart voor de garnering. Blancheer de waterkers kort in kokend water en mix. Klop de rest van de room op en spatel er de waterkers door. Breng op smaak met peper en zout en duw door een zeef.
Serveer de waterkerspuree bij de forelmousse. Werk het voorgerechtje af met de resterende waterkers en enkele zalmeitjes.
3. amandelkroketjes (4 pers)
ben: 4 grote (puree)aardappelen per persoon, geschaafde amandelen, amandel poeder, paneermeel, 4 eieren, bloem, peper, zout en nootmuskaat.
ber: schil de aardappelen en kook ze gaar. giet de aardappelen af en draai ze meteen (de aardappelen moeten nog warm zijn!) door de ‘passe-vite’. breng de puree op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Voeg twee kleine (of 1 grote) eidooier(s) aan de puree toe. Meng alles onder mekaar. Bestrooi de tafel met bloem en doe de puree in het krokettenmachine. Rol de aardappelslierten door de bloem en laat ze afkoelen. Snij de slierten in kleine stukken (kroketten).
Klop een viertal eiwitten los met de vork in een boord. Meng 1/3 paneelmeel met 2/3 amandelpoeder en -schaafsel in een bord. Wentel de kroketten door het eiwit en vervolgens door het paneelmeel met amandelpoeder. Stapel de kroketten piramidegewijs op een schotel. Dek ze niet af met folie en laat op een koele plaats (maar zeker geen frigo!) staan alvorens ze te bakken. Bakken op 190°.
4. gepocheerd peertje (4 pers)
ben: 4 grote stevige peren – klokhuis uitgeboord, 250g suiker, water, 2 vanillestokjes of vanille-essense, schil van 1 citroen, schil van 1 appelsien, 1 kruidnagel, 1 kaneelstok
ber: laat op een laag vuur de suiker en het water samen opkoken (hoeveelheid water: zodat de peren onder water staan) samen met het vanille-essence, sinaasappelschil, citoenschil kaneelstok en de kruidnagel. Doe de peren erbij wanneer het water kookt en laat ze 30 minuten pocheren (net onder het kookpunt).
5. frambozensausje (4 pers)
ben: 1/4 l rode wijn, 4 eetlepels frambozenazijn, 1 eetlepel suiker, 1/4 l bruine fond, 2 eetlepels frambozencoulis (diepvries) of frambozenconfituur, tijm, laurier en 4 jeneverbessen.
ber: blus de pan (waar het vlees is uitgehaald) met de wijn, de azijn, de suiker, de fond, en de frambozencoulis. laat dit mengsel samen met de tijm, de laurier en de jeneverbessen voor de helft inkoken. Breng de saus op smaak en bind eventueel met maïzena. Pas op dat de saus niet te dik bindt.
6. caramel (voor garnering van het dessert)
ber: 1 kopje water, 60 g suiker
ber: breng het water aan de kook in een pannetje. Voeg er de suiker aan toe en laat inkoken tot het suikerwater goudbruin word. Niet in roeren! (We hebben ondertussen begrepen dat caramel geen handig goedje is om mee te werken… Ettelijke kilo’s suikers zijn gepasseerd voor we het onder de knie hadden). Met de caramel kan je ‘nestjes’ maken. Smeer de bolle kant van een pollepel in met boter en laat hier de caramel over druipen. Even laten afkoelen en voorzichtig de nestjes van de lepel schuiven. Niet te warm of een lamp bewaren, want deze caramel smelt gauw opnieuw.
Tot zover dit overzicht. Suggesties, commentaar of aanvullingen zijn altijd welkom!